Hybride warmtepompen zijn momenteel erg populair.
Veel mensen zoeken naar informatie over de kosten, voordelen, nadelen en de vraag of een hybride warmtepomp geschikt is voor hun woning.
Naast de voordelen zijn er ook belangrijke aandachtspunten waar je vooraf goed naar moet kijken. Op deze pagina leggen we die stap voor stap uit, zodat je beter kunt beoordelen of een hybride warmtepomp in jouw situatie een verstandige keuze is.
Maar waar begin je eigenlijk?
Wij helpen je daar graag bij.
Is mijn huis geschikt voor een hybride warmtepomp?
Er zijn momenteel veel vragen over warmtepompen, zoals:
Is een warmtepomp voor mijn woning rendabel?
Wat is beter: all-electric of hybride?
Wat zijn de voor- en nadelen van een hybride warmtepomp?
Op deze pagina leggen we uit waarom het belangrijk is om eerst goed te beoordelen of een warmtepomp bij jouw woning past. We geven daarbij eerlijk advies: wanneer een warmtepomp juist wel een goede keuze is, maar ook wanneer je er beter nog even niet aan begint.
Daarnaast informeren we je over de mogelijke subsidie en over de kosten van een warmtepompinstallatie.
Laten we beginnen.
Hybride warmtepomp vs. all-electric warmtepomp
Het verschil tussen een hybride warmtepomp en een all-electric warmtepomp is het makkelijkst uit te leggen met een vergelijking uit de autowereld.
Een all-electric warmtepomp kun je vergelijken met een volledig elektrische auto. Dit systeem werkt volledig elektrisch en is ontworpen om zowel de woning te verwarmen als in veel gevallen het warme tapwater te verzorgen. Moderne all-electric warmtepompen maken daarbij steeds vaker gebruik van R290 koudemiddel, omdat hiermee hogere temperaturen mogelijk zijn.
Een hybride warmtepomp is beter te vergelijken met een hybride auto. De warmtepomp werkt samen met de cv-ketel, die bijspringt wanneer er extra vermogen nodig is, bijvoorbeeld op koudere dagen of voor warm tapwater.
De belangrijkste verschillen zijn:
✅ Minder vermogen beschikbaar dan bij all-electric
✅ Samenwerking met een cv-ketel
✅ Meestal geen productie van warm tapwater door de warmtepomp zelf
✅ Vaak uitgevoerd met R32 koudemiddel
✅ Lagere cv-watertemperaturen op koude dagen
Goede isolatie is een belangrijke basis voor een hybride warmtepomp.
Niet alleen voor het rendement van de installatie, maar ook voor het comfort in huis.
Een woning uit de jaren 60 of 70 hoeft echt niet hetzelfde isolatieniveau te hebben als een nieuwbouwwoning.
Maar één ding is wél belangrijk: zonder degelijke isolatie is een warmtepomp vaak geen logische keuze.
Een warmtepomp werkt het zuinigst met lage watertemperaturen. Hoe meer warmte er onderweg uit de woning verdwijnt, hoe harder het systeem moet werken. En hoe hoger de benodigde temperatuur wordt, hoe meer stroom de warmtepomp gaat verbruiken.
Daarom geldt eigenlijk altijd:
hoe beter de woning is geïsoleerd, hoe beter een hybride warmtepomp kan presteren.
Denk hierbij aan dakisolatie, vloerisolatie, spouwmuurisolatie en goed glas. Juist die combinatie maakt vaak het verschil tussen een systeem dat “wel draait” en een systeem dat ook echt comfortabel en zuinig functioneert.
Verwarming in huis
Bij een hybride warmtepomp kijken veel mensen vooral naar het toestel zelf. Toch begint een goed advies eigenlijk ergens anders: bij het afgiftesysteem in de woning.
De belangrijkste vraag is niet alleen:
“Welke warmtepomp past bij mijn huis?”
maar vooral:
“Kan mijn woning de warmte ook goed afgeven?”
Daarbij is het verschil tussen radiatoren, vloerverwarming of een combinatie van beide enorm belangrijk. Een warmtepomp werkt namelijk anders dan een cv-ketel. Een cv-ketel kan snel veel warmte leveren. Een warmtepomp werkt rustiger, gelijkmatiger en meestal met lagere temperaturen.
Daarom is het belangrijk om eerst goed te kijken naar de manier waarop jouw woning nu verwarmd wordt. Pas daarna kun je eerlijk beoordelen of een hybride warmtepomp in jouw situatie echt een goede keuze is.
Een hybride warmtepomp met radiatoren is mogelijk, maar vraagt wel extra aandacht.
Radiatoren zijn oorspronkelijk vaak ontworpen voor hogere cv-watertemperaturen. Een cv-ketel kan dat meestal zonder moeite leveren. Een warmtepomp werkt juist zuiniger op lagere temperaturen en bouwt de warmte veel rustiger op.
Daardoor ontstaat in woningen met alleen radiatoren vaak een ander comfortgevoel dan mensen gewend zijn. De woning warmt langzamer op en radiatoren voelen minder snel echt heet aan. Vooral in de winter kan dat merkbaar zijn.
In de praktijk zien we dat radiatoren op koudere dagen vaak meer temperatuur nodig hebben dan een warmtepomp het liefst levert. Zodra een warmtepomp structureel 50 graden of meer moet maken, loopt het stroomverbruik op en daalt het rendement. Op dat moment wordt een hybride systeem juist interessant, omdat de cv-ketel kan bijspringen wanneer dat nodig is.
Dat betekent niet dat radiatoren automatisch ongeschikt zijn. In het voor- en najaar kan een hybride warmtepomp vaak prima een groot deel van het werk doen, zeker wanneer de woning redelijk goed geïsoleerd is. Maar het is wel belangrijk om vooraf realistisch te kijken naar het verwachte comfort, het verbruik en de watertemperaturen die nodig zijn.
Kort gezegd:
Met radiatoren kan een hybride warmtepomp goed werken, maar alleen als je begrijpt dat het systeem anders verwarmt dan een traditionele cv-ketel.
Vloerverwarming is in veel gevallen een hele goede combinatie met een hybride warmtepomp.
Dat komt doordat vloerverwarming juist goed werkt met lage aanvoertemperaturen, en daar voelt een warmtepomp zich het prettigst bij.
Toch is niet iedere vloerverwarmingsverdeler automatisch geschikt. In de praktijk zien we veel oudere verdelers met een pomp en mengfunctie. Daarbij wordt retourwater opnieuw bijgemengd, waardoor de temperatuur van het aanvoerwater omlaag gaat voordat het de vloer in stroomt. Het gevolg is dat de warmtepomp harder moet werken om alsnog voldoende warmte in de woning te krijgen.
Dat is zonde van het rendement. Je wilt juist dat het water dat de warmtepomp maakt ook zo efficiënt mogelijk in de vloer terechtkomt.
Daarom is het bij vloerverwarming belangrijk om te kijken naar het type verdeler dat aanwezig is. Een oudere HTV-verdeler is niet automatisch verkeerd, maar kan bij een warmtepomp wel voor onnodige verliezen zorgen. In veel situaties is het dan slimmer om te beoordelen of een LTV-geschikte oplossing beter past.
De kern is simpel:
vloerverwarming past vaak goed bij een hybride warmtepomp, maar alleen als de hydraulische opbouw van het systeem daar ook echt bij aansluiten.
Radiatoren en vloerverwarming combineren
In veel woningen zien we een combinatie van vloerverwarming op de begane grond en radiatoren op de verdieping. Dat is ook precies de situatie waarbij goed advies extra belangrijk wordt.
Want wat beneden goed werkt voor een warmtepomp, hoeft boven nog niet automatisch goed te werken. Radiatoren vragen in de winter vaak een hogere temperatuur, terwijl vloerverwarming juist beter werkt op een lagere en gelijkmatige temperatuur.
Daardoor ontstaat er in gecombineerde systemen regelmatig een spanningsveld tussen comfort en rendement. De installatie moet dan slim worden beoordeeld:
welke temperatuur hebben de radiatoren nodig, wat doet de verdeler beneden, en hoe voorkom je dat de vloerverwarming onnodig te warm water krijgt?
In dit soort situaties is standaardadvies meestal niet voldoende. Juist de combinatie van radiatoren en vloerverwarming vraagt om een technische beoordeling van de bestaande installatie, zodat duidelijk wordt wat wél en niet verstandig is.
Monitoring geeft in de praktijk vaak de eerlijkste informatie over hoe een hybride warmtepomp echt functioneert.
Op papier kan veel goed lijken, maar pas in de woning zelf zie je wat er werkelijk gebeurt. Denk aan het gedrag bij verschillende buitentemperaturen, de benodigde cv-watertemperatuur, het samenspel met radiatoren of vloerverwarming en het moment waarop de cv-ketel moet bijspringen.
Op basis van jullie pagina is duidelijk dat jullie al sinds 2020 verschillende hybride warmtepompen in woningen volgen en vergelijken. Daarbij wordt gekeken naar woningen met radiatoren, vloerverwarming en combinaties van beide.
Die praktijkdata is waardevol, omdat je daarmee beter kunt inschatten wanneer een hybride warmtepomp nog efficiënt werkt en wanneer de cv-ketel ondersteuning moet geven. Zeker bij woningen met radiatoren zie je vaak dat er bij dalende buitentemperaturen meer warmte nodig is en dat het omslagpunt sneller bereikt wordt.
Daarom is monitoring geen luxe, maar juist een sterk hulpmiddel
om het rendement, comfort en het werkelijke gedrag van een hybride warmtepomp goed te begrijpen.
Hybride warmtepomp in combinatie met airco
Steeds meer woningen hebben naast een hybride warmtepomp ook één of meerdere airco-units. Dat kan een prima combinatie zijn, maar het is wel belangrijk om vooraf goed na te denken over de rol van beide systemen.
Een airco kan in veel gevallen efficiënt bijverwarmen, vooral in voor- en najaar of in specifieke ruimtes zoals een werkkamer, slaapkamer of zolder. Daarmee kan een deel van de warmtevraag worden opgevangen, waardoor de hybride warmtepomp en de cv-ketel minder hoeven te doen.
Tegelijkertijd is het niet verstandig om daar te makkelijk over te denken. Een airco verwarmt namelijk vooral de ruimte waarin hij hangt, terwijl een warmtepomp en cv-installatie bedoeld zijn om de woning als geheel te verwarmen. Het comfort en het gebruik zijn dus anders.
De belangrijkste vraag is daarom niet alleen of het kan, maar vooral hoe je het slim combineert.
Wanneer gebruik je de airco als ondersteuning, en wanneer laat je de hybride warmtepomp het hoofdwerk doen?
In de praktijk kan deze combinatie juist erg interessant zijn, zolang vooraf goed wordt gekeken naar het gewenste comfort, het stroomverbruik en de manier waarop de verschillende systemen elkaar aanvullen.
Een buffervat wordt vaak genoemd als oplossing binnen warmtepompinstallaties. Toch is het belangrijk om te weten dat een buffervat niet automatisch beter is.
In sommige situaties kan een buffervat helpen om meer rust in de installatie te brengen, bijvoorbeeld wanneer er te weinig waterinhoud in het systeem aanwezig is of wanneer het afgiftesysteem te weinig stabiele flow biedt. Maar in andere situaties kan een buffervat juist ook nadelen geven.
Wanneer een buffervat verkeerd is aangesloten of niet goed past bij de hydraulische opbouw van de installatie, kan er menging ontstaan tussen warm aanvoerwater en kouder retourwater. Daardoor stijgt de retourtemperatuur sneller dan wenselijk is, en dat is juist ongunstig voor het rendement van een warmtepomp.
De vraag is dus niet alleen of er een buffervat aanwezig is, maar vooral of het op de juiste manier wordt toegepast.
Een buffervat moet geen standaard antwoord zijn op ieder warmtepompvraagstuk. Eerst moet duidelijk zijn waarom het nodig zou zijn, wat het doel is en of het in die specifieke installatie echt meerwaarde heeft.
Met andere woorden:
een buffervat kan nuttig zijn, maar alleen als het technisch klopt binnen het totale systeem.
Buffervat en buffervatregeling
Een buffervat wordt vaak gezien als dé oplossing, maar dat is lang niet altijd zo. Zonder de juiste aansturing kan een buffervat juist zorgen voor extra menging, een hogere retourtemperatuur en minder rendement.
Juist daarom is een goede buffervatregeling zo belangrijk. Deze hebben we bedacht en ontworpen. Daarmee maak je het buffervat alleen actief op de momenten dat het echt iets toevoegt aan de installatie.
Niet alleen het buffervat zelf is dus belangrijk, maar vooral de manier waarop het wordt geregeld.
Meer weten over buffervatregeling?
Lees verder en ontdek waarom een buffervat niet altijd nodig is, en waarom de juiste regeling vaak het grootste verschil maakt.
Ook warm water is een belangrijk aandachtspunt bij een hybride warmtepomp. De meeste hybride warmtepompen hebben namelijk te weinig vermogen om zelf op een comfortabele en praktische manier voor warm tapwater te zorgen.
Daarom wordt in de meeste situaties de hybride warmtepomp ingezet voor verwarming van de woning, terwijl de cv-ketel verantwoordelijk blijft voor het warme water in keuken en badkamer.
Wil je toch verder besparen op gasverbruik, dan kan een warmtepompboiler een interessante aanvulling zijn.
Deze kan in veel gevallen met een hotfill-aansluiting worden gecombineerd met de cv-ketel, waardoor een groot deel van de warmwatervraag al door de warmtepompboiler wordt opgevangen.
Zo kun je niet alleen besparen op verwarming, maar ook op een groot deel van je warmwaterverbruik.
Waterzijdig inregelen is een onderwerp dat nog veel te weinig aandacht krijgt, terwijl het juist steeds belangrijker wordt bij het goed laten functioneren van een warmtepompinstallatie.
Waterzijdig inregelen betekent dat er een goede balans ontstaat tussen aanvoer en retour in het afgiftesysteem. Eigenlijk was dit bij cv-ketels ook al belangrijk, maar in de praktijk werd het daar lang niet altijd uitgevoerd.
Bij een warmtepomp is dit nog veel belangrijker. Klanten die overstappen op een warmtepomp merken vaak al snel dat het comfort anders wordt ervaren dan bij een cv-ketel. Ook zien we met monitoring regelmatig dat het stroomverbruikhoger uitvalt wanneer het systeem hydraulisch niet goed in balans is.
Juist daarom zien we dat steeds meer mensen ons vroeg of laat benaderen voor het waterzijdig inregelen van hun installatie. En dat is logisch, want een goed ingeregeld systeem zorgt vaak voor meer comfort, een rustiger werkende installatie en in veel gevallen ook een beter rendement.
Waterzijdig inregelen is dus geen detail, maar een belangrijk onderdeel van een goed werkende warmtepompinstallatie.
Waarom zou je een cv-installatie eigenlijk moeten spoelen?
Dat vragen veel mensen zich terecht af. Maar eigenlijk is het heel simpel: voor een warmtepomp is het cv-water net zo belangrijk als olie voor een motor.
In veel woningen in Nederland bestaat de cv-installatie uit stalen leidingen, radiatoren en soms ook stalen verdelers. Door zuurstof in het systeem worden deze materialen inwendig langzaam aangetast. Daarbij ontstaan kleine ijzerdeeltjes die loskomen en zich door de hele installatie verspreiden.
Wanneer je dat combineert met resten van bijvoorbeeld teflon, hennep en andere vervuiling uit het leidingwerk, ontstaat er uiteindelijk sludge, ook wel slib of slip genoemd. Die vervuiling gaat door het hele systeem circuleren en kan op termijn voor problemen zorgen in de installatie.
Juist daarom is het spoelen van een cv-installatie bij een warmtepomp geen overbodige luxe, maar vaak een heel belangrijk aandachtspunt.
Bacteriegroei in de installatie
Ook bacteriegroei en vervuiling worden een steeds belangrijker aandachtspunt binnen laagtemperatuurverwarming (LTV) en warmtepompinstallaties.
Bij lagere watertemperaturen en vooral bij onvoldoende doorstroming krijgt vervuiling in een installatie namelijk meer kans om zich op te bouwen. Zeker wanneer delen van het systeem langere tijd weinig stroming hebben, kan de waterkwaliteit snel achteruitgaan.
Dat is ook precies waarom schoon cv-water en een goed werkende installatie zo belangrijk zijn. Want vervuiling blijft niet op één plek zitten, maar verspreidt zich uiteindelijk door het hele systeem.
In de praktijk zien we dit ook terug bij relatief jonge installaties. Zelfs in een nieuwbouwwoning van vier jaar oud kan al duidelijke vervuiling ontstaan wanneer de doorstroming onvoldoende is en de installatie langdurig op lage temperaturen draait.
Juist daarom is niet alleen het toestel belangrijk, maar ook de waterkwaliteit en de stroming in de hele installatie.
Sludge in uw cv-installatie
Na verloop van tijd ontstaat er in veel cv-installaties sludge, ook wel vervuiling of slip genoemd. Deze vervuiling blijft niet alleen in het water zweven, maar hoopt zich ook op in vloerverwarmingsslangen, radiatoren en andere onderdelen van de installatie. Daardoor wordt de waterdoorlaat steeds verder beperkt.
Bij een warmtepomp is dat extra ongunstig. Een warmtepomp heeft namelijk voldoende waterflow nodig om goed te kunnen functioneren. Als er veel vervuiling in het systeem zit, wordt het rondpompen van water steeds moeilijker en gaat dat ten koste van het comfort, het rendement en de werking van de installatie.
Wij worden hier in de praktijk regelmatig voor benaderd om leidingen, radiatoren en vloerverwarming grondig door te spoelen. Daarvoor gebruiken wij een eigen ontwikkeld spoelsysteem dat is gericht op het verwijderen van sludge, slip en ijzerdeeltjes uit de hele installatie.
Na het spoelen merken klanten vaak al snel verschil. Radiatoren en vloerverwarming kunnen de warmte weer beter afgeven, waardoor de installatie rustiger werkt en de warmtepomp in veel gevallen minder lang hoeft te draaien.
Een schone installatie zorgt dus niet alleen voor betere doorstroming, maar ook voor meer comfort en een beter werkende warmtepomp.
Geluid van een hybride warmtepomp
Geluid is een belangrijk aandachtspunt bij een hybride warmtepomp.
Niet alleen voor jezelf, maar ook voor buren en de plek waar de buitenunit komt te staan.
In veel gevallen wordt vooral gekeken naar het vermogen, merk of rendement van de warmtepomp. Maar de locatie van de buitenunit is minstens zo belangrijk. Een buitenunit die technisch goed werkt, kan alsnog voor overlast zorgen wanneer deze ongelukkig is geplaatst.
Denk bijvoorbeeld aan plaatsing dicht bij een slaapkamerraam, op een uitbouw, tegen een lichte gevel of op een plek waar geluid blijft weerkaatsen. Dan kan het geluid in de praktijk duidelijk sterker worden ervaren dan mensen vooraf verwachten.
Daarom is het verstandig om niet alleen naar de brochure of geluidswaarde op papier te kijken, maar vooral naar de werkelijke situatie rondom de woning.
Een goede plaats van de buitenunit maakt vaak een groot verschil.
Niet alleen voor het geluidsniveau, maar ook voor trillingen, bereikbaarheid en toekomstig onderhoud.
Wie vooraf goed nadenkt over geluid en opstelling, voorkomt achteraf veel frustratie.
Locatie buitenmachine
Een belangrijk detail waar wij in de praktijk helaas nog vaak fouten in zien, is de locatie van de buitenmachine. Zoals eerder benoemd maakt een buitenunit altijd geluid, dat is normaal. Maar je moet er natuurlijk zo min mogelijk last van hebben. En hetzelfde geldt voor de buren.
Daarom adviseren wij altijd om goed na te denken over de plek van de buitenmachine en deze bij voorkeur op een stevige en stabiele ondergrond te plaatsen. De juiste locatie heeft namelijk niet alleen invloed op het geluid, maar ook op trillingen, onderhoud en het uiteindelijke comfort.
Muurbevestiging
Een muur kan in sommige situaties een massieve ondergrond zijn, maar wees hier wel voorzichtig mee. Een muurbevestiging tegen een slaapkamer- of woonkamerwand is vaak geen verstandige keuze. Geluid en trillingen kunnen zich namelijk via de muur naar binnen verplaatsen.
Natuurlijk zijn er ook dempers en veren verkrijgbaar om trillingen te beperken. Toch zeggen wij: probeer muurbevestiging zoveel mogelijk te voorkomen als daar twijfel over is. In de praktijk merken we namelijk dat zulke oplossingen niet altijd het resultaat geven dat vooraf wordt verwacht.
Plat dak
Een plat dak heeft in veel situaties meer onze voorkeur dan muurbevestiging, mits het dak daarvoor geschikt is. Daarbij geldt wel een belangrijke voorwaarde: geen houten dakconstructie. Hout kan trillingen en geluid namelijk extra versterken.
Wanneer een buitenmachine op een stevig plat dak komt te staan, kun je met bijvoorbeeld tegels, rubbers en waar nodig extra veren of dempers vaak meer rust creëren dan bij montage aan een gevel. Toch blijft ook hier de praktijk leidend, want niet iedere situatie gedraagt zich precies zoals je vooraf zou hopen.
Een dakkapel is wat ons betreft in principe geen goede optie. Deze constructies zijn vaak minder stabiel en geven trillingen juist makkelijker door.
Op de grond
Als plaatsing op de grond mogelijk is, dan is dat in veel gevallen veruit de beste oplossing. De massa van de ondergrond is daar simpelweg het grootst, waardoor het doorgeven van trillingen en geluid meestal het kleinst is.
Met een goede opstelling op bijvoorbeeld Bigfoots, eventueel aangevuld met extra demping, zien we in de praktijk de minste klachten ontstaan. Ook is het op de grond vaak makkelijker om een nette en praktische oplossing te maken voor het lekwater van de warmtepomp, bijvoorbeeld met een grindbed.
Juist daarom heeft plaatsing op de grond in veel situaties onze voorkeur: stabieler, stiller en praktischer voor de lange termijn.
Je buren zijn je beste vrienden, zeggen we altijd. Juist daarom is het belangrijk om bij de plaatsing van een warmtepomp niet alleen naar je eigen situatie te kijken, maar ook naar de omgeving.
Voor buiten opgestelde installaties zoals een warmtepomp gelden namelijk geluidseisen. Bij woningen die direct aan een andere woning grenzen, mag het geluid van de buitenunit op de perceelgrens of bij een te openen raam of deur van de aangrenzende woning in principe niet hoger zijn dan 40 dB. Die grens is dus extra belangrijk bij de keuze van de plek van de buitenmachine. (Informatiepunt Leefomgeving)
Daarom kun je niet simpelweg zeggen dat een buitenunit “wel even” tegen de erfgrens geplaatst kan worden. Veel buitenunits produceren bij vollast meer geluid dan je op zo’n korte afstand zou willen, waardoor de kans groot is dat je niet aan de norm voldoet. De afstand tot de erfgrens is dus geen vast standaard aantal meters, maar hangt af van het geluidsvermogen van de unit, de opstelling en de omgeving. (Informatiepunt Leefomgeving)
Kort gezegd:
een buitenunit mag niet zomaar direct aan de erfgrens staan. Eerst moet goed worden beoordeeld of de installatie op die plek aan de geldende geluidseis kan voldoen. Zo voorkom je overlast,
discussie met buren en problemen achteraf.
Leidinglengte bij een hybride warmtepomp
Ook de leidinglengte tussen de binnen- en buitenunit is een belangrijk aandachtspunt bij een hybride warmtepomp.
Op papier lijkt dat soms een detail, maar in de praktijk kan leidinglengte wel degelijk invloed hebben op de werking, het rendement en de montagekwaliteit van de installatie. Zeker wanneer leidingen onnodig lang worden, veel bochten bevatten of minder gunstig zijn aangelegd.
Hoe langer en onlogischer het leidingwerk, hoe groter de kans op extra verliezen, meer weerstand of een minder nette afwerking. Daarom is het verstandig om vooraf goed te kijken waar de buitenunit komt te staan en hoe de route naar binnen het best kan worden uitgevoerd.
Daarbij gaat het niet alleen om techniek, maar ook om uitstraling en onderhoud. Een slimme positie van de buitenunit kan zorgen voor kortere leidingen, een netter eindresultaat en vaak ook minder kans op problemen in de toekomst.
Kortom:
de leidinglengte van een hybride warmtepomp is geen bijzaak. Een goede plaatsing en een logisch leidingverloop dragen direct bij aan een betere en nettere installatie.
Cv-ketel afstellen na plaatsing van een hybride warmtepomp
Misschien is dit wel één van de belangrijkste punten die in de praktijk juist níét goed wordt gedaan: het afstellen van het cv-vermogen en de pompcapaciteit van de cv-ketel
nadat een hybride warmtepomp is geplaatst. Terwijl dit vaak al binnen enkele minuten gecontroleerd of aangepast kan worden.
Juist op dit punt ontstaan veel vragen, zoals:
Hoe weet je of een cv-ketel pendelt?
Hoe laag mag de temperatuur van de cv-ketel staan?
En hoe zorg je dat de cv-ketel goed samenwerkt met de hybride warmtepomp?
Een hybride warmtepomp heeft van zichzelf relatief weinig vermogen, terwijl een cv-ketel juist in korte tijd veel vermogen en stroming kan leveren. Als dat onderling niet goed is afgestemd, werkt dat vaak in het nadeel van de installatie.
Zodra de cv-ketel moet bijspringen, komt er in korte tijd veel warmte en pompcapaciteit het systeem in. Dat kan invloed hebben op het rendement, het gasverbruik en de rust in de installatie. En daar koop je natuurlijk geen warmtepomp voor.
Juist daarom is het afstellen van de cv-ketel een belangrijk aandachtspunt bij iedere hybride warmtepompinstallatie.
Veel mensen zoeken naar termen zoals COP, SCOP en rendement van een warmtepomp. Dat is logisch, want deze cijfers worden vaak gebruikt om te laten zien hoe efficiënt een warmtepomp werkt.
Toch is het belangrijk om te begrijpen dat deze waarden niet altijd één op één iets zeggen over jouw eigen woning. Op papier kan een warmtepomp een mooie COP of SCOP hebben, maar in de praktijk hangt het werkelijke rendement af van veel meer factoren.
Denk aan de isolatie van de woning, het type afgiftesysteem, de benodigde watertemperatuur, het gedrag van de bewoners en de buitentemperatuur in de winter.
Een warmtepomp werkt het efficiëntst wanneer hij met lage temperaturen voldoende warmte kan afgeven. Zodra de installatie structureel hogere temperaturen moet maken, loopt het rendement terug en stijgt het stroomverbruik.
Daarom zeggen COP en SCOP vooral iets in theorie, maar monitoring laat pas zien wat er in de praktijk gebeurt.
Voor een eerlijke beoordeling van het rendement moet je dus verder kijken dan alleen de folder of de technische specificaties. De échte vraag is:
hoe presteert deze hybride warmtepomp in deze woning, met dit afgiftesysteem en bij deze warmtevraag?
